Algemeen
Handel en export
Vennootschapsrecht
Fusies en overnames
Herstructurering & insolventierecht
Arbeidsrecht in Duitsland
Vastgoed in Duitsland
Credit managementAfnemers van Duitse leveranciers dienen ontvangsbevestiging te ondertekenen (26-01-2012)
Volgens het Duitse recht zijn intracommunautaire leveringen binnen de Europese Unie vrij van btw, mits de Duitse leverancier bepaalde informatie ter controle verstrekt. Deze bewijsplicht is per 1 januari 2012 op een wezenlijke wijze veranderd. Een leverancier, die goederen vanuit Duitsland naar een andere EU-lidstaat levert, is thans verplicht om in zijn administratie een ontvangstbevestiging (een zogenaamde `Gelangensbestätigung' of `Confirmation of Arrival') van de afnemer op te nemen. Indien de Duitse leverancier het origineel van deze ontvangstbevestiging niet in zijn administratie heeft, is hij verplicht Duitse btw in rekening te brengen.
Bij vragen over het Duitse handelsrecht kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.
Bij zakelijk gebruikte facebook-accounts is een impressum verplicht (30-11-2011)
Een impressum is volgens het Duitse recht een verplicht onderdeel van zakelijke websites van bedrijven met zetel in Duitsland (zie ook onze nieuwsbrief 'Het Duitse recht voor ondernemers van A tot Z'). Ook voor de websites van Duitse filialen van buitenlandse ondernemingen is een impressum verplicht. De bezoeker van de website kan door een muisklik op het impressum vaststellen, wie er achter de door hem bezochte website zit.
Naar ervaring blijkt dat Duitse consumenten en ook concurrenten actief gebruik maken van deze informatiemogelijkheid. Bij niet-nakoming van de impressum-verplichting kan de eigenaar van de website door concurrenten respectievelijk hun advocaten aangemaand met een vordering tot schadenvergoeding worden geconfronteerd.
Wanneer profielpagina's in sociale netwerken zoals facebook niet uitsluitend privé, maar ook zakelijk voor marketingdoeleinden worden gebruikt, dan geldt ook voor dit profiel een impressumverplichting volgens § 5 van het Telemediengesetz (TMG). Dit heeft het Landgericht Aschaffenburg in een recente uitspraak in kort geding van 19-08-2011 bevestigd. Ten einde aan de impressum-verplichting te voldoen volstaat echter ook een link naar het impressum op de website van de eigenaar, mits gewaarborgd is dat de verplichte vermeldingen eenvoudig te herkennen en zonder lang zoeken vindbaar zijn, aldus de rechtbank. Een link met de aanduiding `Info´» voldoet niet aan deze criteria (zie LG Aschaffenburg, uitspraak van 19-08-2011 - 2 HK O 54/11).
Bij vragen over het opstellen van een impressum dat voldoet aan de Duitse wet- en regelgeving kunt u terecht bij Andreas Lutze.
De Europese Commissie wil gemeenschappelijk Europees kooprecht invoeren (18-10-2011)
Tot dusver maken volgens een recent Duits onderzoek slechts 7 procent van de consumenten gebruik van de mogelijkheid om online in het buitenland te shoppen. Ook veel ondernemingen schromen het afsluiten van grensoverschrijdende overeenkomsten; slechts 10 procent van de ondernemers leveren hun producten naar het buitenland.
Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht gedaan. Het gemeenschappelijke Europees kooprecht zal slechts dan van toepassing zijn wanneer beide contractpartijen daarmee vrijwillig en uitdrukkelijk instemmen. De keuze voor het Europese kooprecht zal mogelijk zijn bij de grensoverschrijdende inkoop van goederen en bij overeenkomsten met betrekking tot digitale producten zoals muziek, films, software of smarthone-applicaties.
Het voorstel van de Europese Commissie belooft een beduidende vereenvoudiging voor exportgeoriënteerde ondernemingen. Deze bedrijven zullen in de toekomst slechts nog twee in plaats van 27 rechtssystemen in acht hoeven te nemen: het recht van het thuisland en het Europese kooprecht voor de export naar andere (Europese) landen. Het Europees Parlement moet echter nog accoord gaan met het voorstel van de Europese Commissie.
Vragen over het Europese recht kunt u richten aan Andreas Lutze.
Nieuwe Europese Richtlijn betreffende Consumentenrechten aangenomen (13-10-2011)
Het Europese Parlement heeft eerder deze week de nieuwe Europese Richtlijn betreffende Consumentenrechten aangenomen.
De richtlijn versterkt de rechten van consumenten, met name met betrekking tot e-commerce. Na de officiële publicatie hebben lidstaten twee jaar de tijd om de nieuwe regels om te zetten in nationaal recht.
De Europese Commissie geeft op haar website een top 10 van voordelen voor consumenten in de nieuwe richtlijn, waarbij op te merken valt dat het Duitse recht op een aantal punten nu al een vergelijkbare, zo niet betere bescherming biedt.
1) Verbod op verborgen kosten op internet;
2) Meer transparantie over prijzen. Consumenten moeten worden geinformeerd over de totale kosten van een product of dienst en hoeven niet te betalen voor kosten als zij daarover niet goed waren geinformeerd voordat zij een bestelling plaatsten;
3) Het is verboden om zogenaamde tickboxen alvast aan te vinken.;
4) Consumenten hebben 14 dagen de tijd om zich te bedenken over een online aankoop. Binnen de bedenktermijn kunnen gekochte producten zonder opgaaf van reden worden geretourneerd.
5) Terugbetaling aan consumenten dient te gebeuren binnen 14 dagen;
6) Er komt een model formulier dat gebruikt kan worden door consumenten die gebruik willen maken van hun herroepingsrecht;
7) Er mogen geen extra kosten in rekening worden gebracht voor het gebruik van credit cards of andere betaalwijzen anders dan wat het de verkoper daadwerkelijk kost om de betaalmethode aan te bieden.;
8) Er moet duidelijkere informatie worden verstrekt over welke partij moet betalen voor het retourneren van producten.
9) Betere bescherming van consumenten met betrekking tot digitale producten..
10) Algemene regels voor bedrijven moeten het eenvoudiger maken om overal in Europa te handelen.
Link naar de persmededeling van de Europese Commissie.
Bij vragen over e-commerce in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.
EU-parlement wil inlevering kleine elektronische apparaten (04-10-2011)
Het Europees Parlement wil dat consumenten hun kleine elektronische apparaten, zoals mobiele telefoons en lampen, moeten kunnen inleveren bij elektronicawinkels. Conform de huidige regelgeving kan elektronisch afval uitsluitend in speciale containers van de gemeente gestort worden. Voor de afvoer van deze containers en de verwijdering van het elektronsich afval is in beginsel de producent van de elektronica verantwoordelijk. Let op: Als producent wordt niet alleen degene beschouwt die de elektronische apparaten maakt, maar ook diegene die deze (bijvoorbeeld vanuit Nederland) naar Duitsland invoerd!
Voor meer informatie over de wetgeving m.b.t. elektronisch afval kunt u terecht bij Andreas Lutze.
Wet voor De-Mail-diensten in werking getreden (18-07-2011)
Begin mei is in Duitsland het zogenaamde De-Mail-Dienste-Gesetz (De-Mail-G) in werking getreden. De-Mail is een electronisch communicatieplatform dat een veilig, vertrouwelijk en bewijsbaar zakelijk verkeer op het internet moet waarborgen. De bedoeling is dat via het centrale De-Mail-platform burgers, bedrijfsleven en overheid veilig kunnen communiceren. De beveiliging van de communicatie baseert grotendeels op wederzijds geautentiseerde en versleutelde communicatiekanalen (transportversleuteling). In het nieuwe De-Mail-Dienste-Gesetz is geregeld dat aanbieders van diensten op De-Mail in het kader van een accreditatieprocedure dienen aan te tonen, dat de door hen aangeboden diensten voldoen aan bepaalde maatstaven van veiligheid en gegevensbescherming.Vergelijkbare buitenlandse diensten worden gelijkgesteld aan De-Mail-diensten wanneer de (buitenlandse) aanbieder voldoet aan standaarden die vergelijkbaar zijn met de in artikel 18 De-Mail-G genoemde vereisten. Welke bewijswaarde de Duitse rechtbanken aan de De-Mail-diensten zullen toekennen, valt nog te bezien.
Zie ook: www.gesetze-im-internet.de.
De komkommerruzie (14-06-2011)
Mocht de Duitse overheid de bevolking eigenlijk wel voor het gevaar van EHEC waarschuwen? De direct aan de Duitse bevolking gerichte waarschuwing van de Duitse overheid voor de consumptie van Nederlandse en Spaanse komkommers dient inhoudelijk aan artikel 40 van de Duitse levensmiddelen- en veevoederwet te worden getoetst. Daarin staat geregeld hoe de bevolking in crisissituaties geinformeerd wordt. In wezen luidt het betreffende voorschrift dat een dergelijke waarschuwing binnen de grenzen van evenredigheid rechtmatig is wanneer zich een afdoende verdenking van een gevaar voor de gezondheid voordoet. Daarbij hoeft ten tijde van de waarschuwing nog niet iedere twijfel uit de weg te zijn geruimd. In het geval van de EHEC-bacterie waren de autoriteiten blijkbaar op indicaties gestuit, dat van de betreffende groenten zelfs een levensgevaar uitging.
Het staat te verwachten dat Duitse rechtbanken zich nog zullen gaan buigen over de vraag of de overheidsinstanties correct hebben gehandeld. In de Duitse rechtspraak is immers erkend dat inhoudelijk onjuiste of foutief verstrekte overheidsinformatie mogelijk kan leiden tot een recht op schadensvergoeding tegen de Duitse staat.
Vragen over overheidsaansprakelijkheid kunt u richten aan Andreas Lutze.
Over de aanspraak van een handelsagent op kostenloze terbeschikkingstelling van materialen (23-05-2011)
Volgens het Duitse wetboek van handel dient een ondernemer zijn handelsagent de voor de uitvoering van zijn activiteiten nodige hulpmiddelen en materialen (gratis) ter beschikking te stellen. In de praktijk bestaan er regelmatig meningsverschillen over de vraag welke materialen onder deze regeling vallen. In een actuele uitspraak heeft het federale gerechtshof in Duitsland (BGH) stelling genomen ten aanzien van deze vraag (zie uitspraak van 04-05-2011, dossiernr. VIII ZR 10/10). In de uitspraak wordt gesteld dat de handelsagent een kostenloze terbeschikkingstelling van een softwarepakket kan eisen, voorzover dit pakket componenten bevat die onontbeerlijk zijn bij het bemiddelen van klanten. Daarentegen dient de handelsagent - volgens de uitspraak van het BGH - de in zijn zakelijke praktijk voorkomende uitgaven (zoals kantoorinrichting, relatiegeschenken, tijdschrift etc.) zelf te bekostigen. Ook wanneer het bij studie- en bijscholingskosten niet om de overdracht van productinformatie gaat, maar om het verwerven van aanvullende kwalificaties voor de verbreding van de functie van de handelsagent, hoeft de ondernemer deze kosten niet voor zijn rekening te nemen, aldus het BGH.
Bij vragen over het handelsagentuurrecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.
Europese consumentenbarometer: Grensoverschrijdende e-commerce ondervindt nog steeds belemmeringen (15-03-2011)
De e-commerce in heel Europa neemt constant toe. Inmiddels koopt nu meer dan een derde van de EU-burgers goederen en diensten via internet. In Duitsland is er sinds 2003 zelfs sprake van een jaarlijkse groei van 18 procent. De Europese Commissie verwacht dat deze vorm van aankopen op middellange termijn belangrijke gevolgen zal hebben voor de detailhandel. Het internet zal voor diverse sectoren het gebruikelijke aankoopmedium worden, zoals dat nu al voor de toeristische sector het geval is. Wel blijkt uit de jaarlijkse consumentenbarometer van de Europese Commissie dat de groei van de grensoverschrijdende e-commerce achter blijft bij de enorme stijging in de e-commerce. Slechts 9 procent van de consumenten hebben in 2010 gebruik gemaakt van de voordelen om producten en diensten online in het buitenland te bestellen. Door belemmeringen van de grensoverschrijdende handel kan de e-commerce zich niet optimaal ontwikkelen. Zo is de geografische versnippering van onlinemarkten een probleem. De meeste onlinewinkels zijn niet bereid aan consumenten uit alle EU-landen te leveren waardoor internettransacties vaak worden afgebroken wanneer blijkt dat de consument buiten een bepaalde markt woont. Naast taalbarrières, logistieke overwegingen en lage breedbandpenetratie zorgen ook verschillen in de nationale regelgeving voor belemmeringen op een aantal gebieden. Zo bestaan er nog steeds verschillen tussen lidstaten in voorschriften op het gebied van consumentenbescherming, btw, selectieve distributie, recycling, bescherming van de intellectuele eigendom etc. De online detailhandelaren in de EU blijken vaak ontoereikend geinformeerd over de juridische verschillen tussen Europese landen, aldus de Europese Commissie.
Eurocommissaris Nelie Kroes beoogt deze barrières te verminderen en streeft naar 20% cross border shoppers in 2015.
Uit bovengenoemde cijfers kan geconcludeerd worden dat Nederlandse retailers die met succes hun producten op de Duitse markt willen aanbieden, serieus moeten overwegen om een Duitse webshop op te richten.
Meer informatie over de mogelijkheden voor het oprichten van een Duitse webshop kunt u op 20 mei 2011 krijgen tijdens de bijeenkomst 'E-commerce in Duitsland' in Amsterdam.
Bij vragen over e-commerce in Duitsland, kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.
Bittere pil voor Nederlandse online-apotheek Vitalsana (10-03-2011)
Het Oberlandesgericht (OLG) Stuttgart heeft de Nederlandse online-apotheek Vitalsana een verbod opgelegd om haar activiteiten in Duitsland zelfs ook maar 'gedeeltelijk aan te houden', omdat het bedrijf niet de hiervoor benodigde vergunning bezit (dossiernummer 2 U 65/10). Vitalsana B.V. behoort tot de drogisterijketen Schlecker. De zetel van Vitalsana B.V. bevindt zich weliswaar in Nederland, maar haar zaken heeft Vitalsana blijkbaar gedeeltelijk via Schlecker (Duitsland) afgewikkeld. Het overdragen van farmaceutische kernactiviteiten aan een vennootschap is volgens het OLG Stuttgart niet verenigbaar met het apothekenrecht.
Met deze uitspraak bevestigt de rechtbank de jurisprudentie van het Europese Gerechtshof uit 2009 over de Nederlandse postorderapotheek DocMorris. Volgens deze uitspraak mogen alleen afgestudeerde farmaceuten apotheken bezitten en exploiteren.
Bij vragen over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.
Incoterms 2010 (28-02-2011)
Per 1 januari 2011 zijn de nieuwe International Commercial Terms ofwel Incoterms 2010 wereldwijd in werking getreden. De Incoterms worden door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) in Parijs opgesteld om een uniforme interpretatie van de in de internationale handel gebruikelijke regels te waarborgen. In de Incoterms 2010 is het aantal bepalingen teruggebracht van 13 naar 11. Twee nieuwe bepalingen (DAP - delivered at place, DAT - delivered at terminal) zijn toegevoegd. Deze twee bepalingen vervangen de bepalingen DAF, DES, DEQ en DDU van de Incoterms 2000. Eveneens nieuw in de Incoterms 2010 is dat deze op een nieuwe wijze zijn geclassificeerd. Er is een onderverdeling gemaakt in regels die gelden voor elke wijze van vervoer en regels die slechts gelden voor vervoer over binnenwateren en de zee.
Bij vragen over de Incoterms 2010 kunt u zich wenden aan Rechtsanwalt Andreas Lutze.
Aanspraak op een goodwillvergoeding van de handelsagent bij verkoop van producten met een bijzonder lange levensduur (13-01-2011)
De primaire taak van een handelsagent is het bemiddelen van zaken tussen de ondernemer (de principaal) en potentiële afnemers. Door de bemidddelingsactiviteiten van de handelsagent bouwt de principaal een vaste klantenkring op. Doorgaans heeft de principaal ook na beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst nog profijt van dit klantenbestand. Daarom kan de handelsagent na contractbeëindiging een redelijke compensatie (goodwillvergoeding) opeisen (§ 89b HGB). De goodwillvergoeding dient ter compensatie van de voordelen voor de ondernemer c.q. de gederfde provisie voor de handelsagent, die het gevolg zijn van vervolgopdrachten van vaste klanten, die door de handelsagent zijn bemiddeld. Als 'vaste klant' worden klanten aangemerkt, die binnen een beperkt tijdsbestek waarin normalerwijze met nabestellingen gerekend kan worden, meer dan slechts één overeenkomst met de ondernemer hebben afgesloten of vermoedelijk af zullen sluiten. De hoogste rechterlijke instantie in Duitsland, het Duitse Bundesgerichtshof (BGH), heeft recentelijk een uitspraak gedaan over een zaak waarin een handelsagent, die de verkoop van industrievloeren met een levensduur van rond 25 jaar had bemiddeld, aanspraak deed op een redelijke goodwillvergoeding (zie BGH, uitspraak van 17-11-2010, VIII ZR 322/09). In hoger beroep had een ander gerechtshof geen rekening gehouden met deze bemiddelingen bij de berekening van de hoogte van de goodwillvergoeding, met het argument dat er door de lange levensduur van het product niet binnen een redelijk tijdsbestek gerekend kon worden op vervolgopdrachten. Het BGH heeft daarentegen in het kader van de bovengenoemde zaak beslist, dat de producent ook bij dergelijke producten met een zeer lange levensduur vervolgopdrachten kan verwachten, zoals bijvoorbeeld door expanderende ondernemingen, die door uitbreiding aanvullende behoefte hebben aan industrievloeren voor productie- of opslaghallen, ofwel voor reparatieopdrachten. Naar opvatting van het BGH kunnen ook zulke reparatieopdrachten gezien worden als vervolgopdrachten in de zin van artikel 89b HGB.
Bij vragen met betrekking tot het Duitse handelsagentuurrecht kunt u terecht bij Rechtsanwalt Andreas Lutze.
Ontslag op staande voet van een Duitse handelsagent wegens schending van een contractueel concurrentiebeding (14-12-2010)
Handelsagentuurovereenkomsten bevatten regelmatig bepalingen die de principaal het recht verlenen de agentuurovereenkomst met onmiddelijke ingang te beëindigen, wanneer de handelsagent een contractueel concurrentiebeding schendt. Bij een beëindiging van de agentuurovereenkomst met onmiddelijke ingang op grond van een opzettelijke schending van het contractuele concurrentiebeding spelen aanvullende bijzondere omstandigheden geen rol. Een contractbeëindiging op deze grond heeft echter het ingrijpende rechtsgevolg dat de handelsagent zijn aanspraak op een goodwill vergoeding verliest (§ 89b lid 3 sub 2 HGB). Dit heeft de hoogste rechterlijke instantie in Duitsland, het Bundesgerichtshof (BGH), ertoe genoopt de tot nu toe geldende jurisprudentie rond deze kwestie in een actuele uitspraak te nuanceren. Volgens het BGH kan de interpretatie van de agentuurovereenkomst immers wel degelijk tot de conclusie leiden, dat de schending van het concurrentiebeding onder zorgvuldige afweging van alle omstandigheden dermate gering is, dat het vertrouwen tussen de principaal en de handelsagent daardoor niet fundamenteel beschadigd is, en de ondernemer derhalve niet - ten minste niet zonder een voorafgaande vermaning - het recht heeft de handelsagent met onmiddelijke ingang te ontslaan (zie BGH, I ZR 158/08).
Bij vragen met betrekking tot het Duitse handelsagentuurrecht kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.
Bij achterstallige betaling van de goodwillvergoeding aan een Duitse handelsagent heeft deze recht op een wettelijke rente van 8% (15-09-2010)
Veel van onze Nederlandse cliënten sluiten hun overeenkomsten met Duitse klanten af na bemiddeling door een (Duitse) handelsagent. De voordelen van het werken met een handelsagent liggen voor de hand. De handelsagent is een zelfstandige ondernemer, die - idealiter - vertrouwd is met de Duitse markt. Als zelfstandige ondernemer heeft de handelsagent jegens de principaal geen aanspraak op een vast salaris. Wel heeft de handelsagent recht op een provisie. Dit recht heeft de handelsagent echter alleen wanneer hij ook daadwerkelijk overeenkomsten met klanten bemiddeld heeft. Een succesvolle handelsagent bouwt door zijn bemiddelingsactiviteiten een klantenbestand op voor zijn principaal. Doorgaans heeft de principaal ook na beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst nog profijt van dit klantenbestand. Daarom kan de handelsagent na contractbeëindiging een redelijke compensatie (goodwillvergoeding) opeisen (§ 89 b HGB).
Tot dusver bestond er geen duidelijkheid over de vraag in hoeverre er over een dergelijke goodwillvergoeding wettelijke rente verschuldigd was. Het Duitse Bundesgerichtshof (BGH) heeft hierover recentelijk een uitspraak gedaan. De aanspraak van handelsagenten op betaling van een goodwillvergoeding is een vordering overeenkomstig § 288 lid 2 BGB, aldus de BGH (zie uitspraak van 16 juni 2010, dossiernummer VIII ZR 259/09). Dienovereenkomstig is een principaal, die met de betaling van de goodwillvergoeding in gebreke blijft, interest verschuldigd op de voet van 8% boven de in de periode van betalinsachterstand geldende basisrente.
Mocht u vragen hebben omtrent een Duitse agentuurovereenkomst, dan wel behoefte hebben aan direct advies, kunt u vrijblijvend contact opnemen met onze specialist op dit terrein, de heer Andreas Lutze.
Berekening goodwillvergoeding van handelsagenten (mei 2009)
Het in economisch en forensisch opzicht vermoedelijk belangrijkste voorschrift van het handelsagentenrecht is de goodwillvergoeding van de handelsagent overeenkomstig § 89b van het Duitse Wetboek van Koophandel (HGB). Op basis van deze regeling kan een handelsagent bij beëindiging van agentuurovereenkomst onder bepaalde voorwaarden een gepaste vergoeding van de principaal verlangen. Een van de voorwaarden voor aanspraak op deze vergoeding is dat de ondernemer na beëindiging van de agentuurovereenkomst aanzienlijke voordelen heeft van de transacties met nieuwe, door de handelsagent aangebrachte klanten.
Het gerechtshof in Hamburg heeft recentelijk aan het Europees Gerechtshof de vraag voorgelegd, op welke wijze deze voordelen vast dienen te worden gesteld, indien de principaal deel uitmaakt van een concern. Volgens de actuele uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 26 maart 2009 in de zaak Semen ./. Deutsche Tamoil GmbH (nr. C-348/07) is de richtlijn waarop § 89b HGB gebaseerd is aldus uit te leggen, dat ingeval de principaal deel uitmaakt van een concern, de voordelen die toekomen aan de ondernemingen van dit concern in beginsel niet worden geacht deel uit te maken van de voordelen van de principaal, en die voordelen dus niet noodzakelijkerwijze in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de goodwillvergoeding waarop de handelsagent recht heeft.
Bij verdere vragen naar aanleiding van deze uitspraak of vragen rondom het thema agentuurovereenkomsten, staat Andreas Lutze u graag ter beschikking.