Het saneren van ondernemingen in Duitsland wordt eenvoudiger (16-02-2012)

Op 1 maart 2012 gaat in Duitsland een nieuwe wet gedeeltelijk van kracht, waardoor het saneren van ondernemingen eenvoudiger dient te worden (zie BGBl 2012). De nieuwe wet - genaamd Gesetz zur Erleichterung der Sanierung von Unternehmen (ESUG) - dient een einde te maken aan de 'saneringsemigratie' naar Engeland, een fenomeen dat in de afgelopen jaren steeds vaker werd gesignaleerd. Lees meer over de nieuwe Wet ter vergemakkelijking van het saneren van ondernemingen in Duitsland in onze nieuwsbrief

Bij vragen over het faillissementsrecht in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

De aanvechting van salarisuitbetalingen bij faillissement (17-10-2011)

Volgens het Duitse insolventierecht zijn werknemers in het kader van een faillissement (niet bevoorrechte) faillissementsschuldeisers. Wat dat betreft verschilt het Duitse recht wezenlijk van het Nederlandse recht, dat de aanspraken van de werknemer op achterstallig salaris als preferente vordering beschouwt.
De vraag is echter hoe er volgens het Duitse recht omgegaan dient te worden met de uitbetaling van lonen en salarissen, die kort voordat de faillissementsaanvraag werd ingediend zijn uitbetaald aan werknemers die zich bewust waren van de betalingsonmacht van het bedrijf?
Volgens het Duitse insolventierecht kan een curator een rechtshandeling aanvechten, wanneer deze in de laatste drie maanden voorafgaand aan het indienen van het faillissementsverzoek ten bate van een faillissementsschuldeiser is verricht, en de schuldenaar ten tijde van de handeling reeds insolvent was en de schuldeiser op dat tijdstip wetenschap had van de betalingsonmacht (art. 130 lid 1 sub 1 InsO). Onder 'wetenschap hebben van de betalingsonmacht' wordt ook het op de hoogte zijn van omstandigheden verstaan waaruit onvermijdelijk de betalingsonmacht van de schuldenaar moet worden afgeleid (zie § 130 Abs. 2 InsO). Het Duitse Bundesarbeitsgericht (BAG) heeft een een actuele uitspraak geoordeeld, dat wanneer de werknemer slechts op de hoogte is van de duur en de hoogte van de eigen achterstallige salarisbetaling en van het feit dat de werkgever sinds enkele maanden ook ten opzichte van een groot gedeelte van de andere werknemers met de betaling van de salarissen in achterstand was geraakt, er geen rechtvaardigingsgrond bestaat voor een aanvechting van de salarisuitkering door de faillissementscurator. Op basis van de notie van de werknemer kan volgens het BAG nog geen eenduidige conclusie over de liquiditeits- en betalingssituatie van de werkgever worden getrokken (zie BAG, uitspraak van 6 oktober 2011 - 6 AZR 262/10).

Bij vragen over het Duitse insolventierecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.

Het Duitse bondskabinet besluit om het insolventierecht te herijken (03-03-2011)

In 2010 zijn er 10.428 faillissementen over de vermogens van Duitse ondernemingen uitgesproken. Dat is 9,97 procent minder dan in 2009. Gezien deze cijfers is een effectieve faillissementsprocedure van groot belang. Het Duitse bondskabinet heeft daarom op 23 februari 2011 een wetsvoorstel over de herziening het insolventierecht goedgekeurd. De nieuwe wet beoogt de sanering van ondernemingen die in een crisis zijn gekomen, te vereenvoudigen. Bovendien streeft het kabinet met deze wet na dat de faillissementsprocedures voor alle betrokkenen effectiever en beter te plannen worden. Wij zullen u over het verdere verloop van deze wetgevingsprocedure op de hoogte houden.

Bij vragen over het Duitse faillissementsrecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.


Faillissementsreglement: Het begrip 'Überschuldung' (oktober 2009)

De Duitse Bondsraad heeft onlangs ingestemd met het voorstel van de Minister van Justitie  om de gewijzigde regeling van het begrip 'Überschuldung' met drie jaar te verlengen. Het begrip Überschuldung (te hoge schuldenlast) dat in het najaar 2008 als reactie op de economische crisis tot 31 december 2010 werd gewijzigd, blijft nu dus ook na deze datum van kracht.

Anders dan in Nederland is de bestuurder van een Duitse juridische rechtspersoon - zoals een GmbH - verplicht om binnen drie weken na het optreden van een te hoge schuldenlast een faillissementsprocedure aan te vragen. Doet hij dit niet, dan is er sprake van een strafbaar feit en kan de directeur aansprakelijk worden gesteld. Door het gewijzigde begrip Überschuldung dient de directeur van een GmbH in een tweede stap te toetsen of er sprake is van een positieve prognose voor de voortzetting van de onderneming, alvorens hij - binnen de termijn van drie weken - het faillissement aanvraagt. Voor meer details zie: Persmededelingen Bondsministerie van Justitie.
Heeft u vragen naar aanleiding van het gewijzigde begrip Überschuldung of over het Duitse faillissementsrecht, neemt u dan contact op met Andreas Lutze